Waarom TTI (Time to Interactive) telt voor je website

Door Robin Laseur

Hoe snel je site reageert, weegt net zo zwaar als wat erop staat. Wie moet wachten voordat er iets gebeurt, is alweer weg voordat je iets hebt kunnen laten zien. Daar gaat Time to Interactive over, een minder bekende maar veelzeggende meetwaarde. TTI meet hoe lang het duurt voordat een pagina echt reageert op wat een bezoeker doet, en dat moment bepaalt of je site snel voelt.

Breng je die tijd omlaag, dan merk je dat meteen aan hoe mensen zich over je site bewegen. Ze blijven langer en ze komen vaker terug. Hieronder lees je waarom deze meetwaarde ertoe doet en wat je eraan kunt doen.
Wat Time to Interactive precies meet
TTI meet de tijd tussen het moment waarop een pagina begint te laden en het moment waarop die betrouwbaar reageert op wat je bezoeker doet. Dat verschil telt, want het bepaalt hoe snel je site aanvoelt. Andere meetwaarden kijken alleen naar laadtijd. TTI kijkt naar het moment waarop een klik ook echt iets oplevert.
Welke waarde goed is en vanaf wanneer je moet ingrijpen, lees je hier af:

Wat een trage TTI met je bezoekers doet
Een trage TTI levert irritatie op. Mensen klikken, er gebeurt niets, en ze zijn weg. Dat zie je terug in je bouncepercentage. Een paar seconden wachten is genoeg om iemand naar de concurrent te sturen, en die concurrent zit één tabblad verderop. Wie zijn TTI verlaagt, houdt bezoekers dus niet alleen tevreden, maar houdt ze ook binnen.
Zo krijg je je TTI omlaag
Laad je JavaScript slimmer: zware JavaScript blokkeert de main thread en houdt de pagina bezig terwijl je bezoeker wil klikken. Gooi ongebruikte scripts eruit, snoei in grote libraries en splits je code op.
Ruim je bestanden op: comprimeer je afbeeldingen en zet grote bestanden ergens anders neer. Wat niet meteen nodig is, laad je later, zodat de pagina eerder klaar is voor gebruik.
Zet een service worker in: die bewaart content lokaal en serveert hem opnieuw zonder nieuwe aanvraag. Dat scheelt laadtijd en TTI tegelijk.
Geef voorrang aan wat boven de vouw staat: laad eerst wat een bezoeker meteen ziet. De rest mag wachten, en je site voelt sneller.
TTI bijhouden in je analytics
Meten is de enige manier om te weten of een aanpassing in je ontwerp of je content de interactiviteit helpt of juist schaadt. Lighthouse van Google zet TTI naast de andere cijfers die ertoe doen. Meet je regelmatig, dan zie je waar de winst zit en of een ingreep echt iets heeft opgeleverd.
TTI meten: van Lighthouse 8 naar Lighthouse 10
Analyseerde je een site met de Chrome-extensie Lighthouse 8, dan zat TTI nog gewoon in het rapport. De meetwaarde reageert alleen sterk op toeval, en daarom werkt Lighthouse 10 met LCP (Largest Contentful Paint) en de Speed Index. (“TTI markeert een moment in de tijd, maar door de manier waarop het gedefinieerd is, reageert het te sterk op uitschieters in netwerkverzoeken en lange taken. Largest Contentful Paint (LCP) en Speed Index geven meestal beter weer wanneer de inhoud van een pagina geladen aanvoelt dan een telling van actieve netwerkverzoeken.” – Chrome blog). De broncode van Google voor Time to Interactive staat er nog wel, dus je kunt TTI zelf blijven meten in een eigen project.
Samengevat
Hoe je site presteert, bepaalt wat je online verdient. Time to Interactive is geen losse score, maar een aanwijzing dat de techniek eronder klopt of juist niet. Verlaag je die tijd, dan merken je bezoekers dat en je conversie ook. Blijf meten met Lighthouse, zodat je TTI en de rest van je cijfers in beeld houdt. Dat Lighthouse tegenwoordig LCP en de Speed Index vooropzet in plaats van TTI, verandert niets aan het doel: een site die snel reageert en mensen vasthoudt.
Zit het knelpunt echt in zware JavaScript, dan bouwt ons team voor custom development de front-end opnieuw op, met winst die je terugziet in je TTI.
Onthoud: bij de ervaring van je bezoeker telt elke seconde.
Klaar om door te pakken? Flatline Agency denkt graag mee. Laten we samen groeien!
Gerelateerde artikelen



